En al

Het anagram van droom is moord.

Het was even p.m. (maar helemaal nog niet lang) geworden toen de walkitalki de dag en mezelf wakkerrinkelde. Gezwind beantwoordde ik half slapend een vraag over ELO’s alsof het even gemakkelijk was als vertellen dat ik een boterham met choco wilde en een kop sterke koffie. Dat is professionaliteit, vind ik: zelfs in uw slaap kunnen uitleggen wat een leerpad precies is en hoe het efficiënt kan gebruikt worden.

Ik deed het hele vertellement met gedempte stem in de badkamer, kwestie van het lief en de kat niet wakker te maken. Ik vond dat bijzonder attent van mezelf, maar had me de moeite blijkbaar kunnen besparen, want het lief en de kat waren blijkbaar al uren tevoren opgestaan. Ik had daar niks van gemerkt, want op dat moment was ik nog te druk bezig met panikeren over gele rupsen die in mijn been kropen en daar mijn bloed besmetten met een dodelijke ziekte die mijn hart zou doen stilstaan als er niet snel iets gebeurde. Het is evident dat er niet snel iets gebeurde, want de dokter van wacht was in Antwerpen en dat was te ver. Ge zult nooit niet anders zien, dacht ik bij het wakkerworden. En het wordt tijd dat we eens stoppen met dagelijks een paar afleveringen van House te bekijken, dat dacht ik ook.

De dag die vervolgens op de nacht volgde was zo mogelijks nog enerverender, hoewel er geen gele rupsen te bekennen waren en een grommend spinnende boogie op mijn schoot de zeden normaliter al eens placht te verzachten. Niet als ik drivers moet zoeken voor digitale camera’s en dat werkt niet en ik moet mijn computer tien keer heropstarten en ik moet uiteindelijk vragen of om toch eens naar hem te bellen voor assistentie. Daar verzacht niks van, het humeur niet en de zeden niet. Niet meteen een vrolijkmakende zondag, inderdaad.

Gelukkig zijn er mensen die googletalksgewijs vragen stellen die mij een uur later nog doen bulderlachen.

Weet jij wat de bedoeling is van die rode links? http://www.carreconfiture.be/bwards/blog/indexvote.php

Thank you so much. You made my day.

Van een ander

En daarbij. Postmodernisme werkt sowieso al op mijn zenuwen.

Een beetje dreigend ligt het boek naast me op de tafel. Ik zal u straks nog eens verdrietig maken, gij kieksken, klinkt het sissend doorheen de roze kaft.

(Ik zweer het u, ik hoor mijn boeken regelmatig tegen mij praten. Ik stel daar geen vragen bij neen, dat is niet meer dan normaal, met al die woorden. En ge moet mij daar nu niet voor veroordelen, voor de rest ben ik volkomen normaal voldoende sociaal aangepast.)

Komt een vrouw bij de dokter, zo heet het, dat boek. En het was –samen met een warm bad en mijn goede vriend Will — een zorgvuldig geselecteerd element voor mijn rustige vrijdagavond. Aangeraden door Mensen Die Het Kunnen WetenTM, dus dat kon bijna niet foutgaan.

Behalve dan op pagina 46, toen ik opeens niet meer wist of mijn gezicht nat was van het badwater of van mijn tranen. Pagina 46. En het zijn er 315.

Misschien eens in de diepvries steken, dat boek.

Van een ander

Het waarom.

Van dit.

HET GESLACHT
(Voor Herman de Coninck)

In mannen is het koud en vaak december.
In vrouwen is het meestal mei.
Zij willen glimmen, levenslang,
vermommen zich van top tot teen
om niet voortijdig te verschrompelen.
Zij blijven bezig met verblijven.
In mannen is het koud en houdt het op.
Mijn God, hoe dol zijn zij op eindigen.
Want mannen rammelen zich klaar
en zwaargewapend met zichzelf,
besteden zij hun dagen aan verstijven.
In vrouwen heerst een soepeler geslacht
waarin iets bloesemt, iets ontboezemt,
en waar zij tederheid bewaren
of heimwee naar een meer in Zwitserland.
Zij houden van beginnen en behouden.
In mannen is het oorlog, niets dan oorlog.
In vrouwen wordt geboren, totterdood.
Zij knipperen een poosje met hun ogen,
zij fonkelen, zij woelen even
en daar ontstaat een dapper nageslacht.
Eén man volstaat en het wordt afgeslacht.
In mannen is het koud en vaak december.
In vrouwen is het altijd mei.

Luuk Gruwez


(repost van lang geleden)