Hoe alles toch nog goedkwam. Denk ik.

En dus zette ik het op een bleiten. Ik had mijn mama aan de telefoon, die naar de opname van aflevering vier was geweest, met de papa en de tante en de nonkel. Mijn laptop is kapoooooooo-huhoot, jankte ik, met dat ene zinnetje de opgestapelde wanhoop van de vier voorafgaande uren uitroepend.
Sussende woorden van de mama en het lief later, besloot ik maar in mijn bed te kruipen. Constant de computer herstarten om te merken dat het euvel toch niet verholpen was zette immers weinig zoden aan eender welke dijk.

Het was nochtans een strak plan. Ik zou eigenlijk ook naar de opname gaan, maar zegde uiteindelijk de babysit-faciliteiten af om te werken. Vier uur onafgebroken to do-list-items doorstrepen, dat was het plan. En dan de volgende dag een vrije voormiddag hebben om boodschappen te doen en –oh wonder — een bad te nemen. Een bad waar ik al de volle twee weken naar uitkeek, wegens de afwezigheid van plastiek eendjes en badschuim van zwitsal. En de aanwezigheid van een humo. Het zijn die kleine vooruitzichten die me op de been houden, als het zo hectisch is.

De volgende dag zat ik op school, dus. Om te werken op een computer die wel meewilde, en zo to-do-list-gewijs toch wat progressie te maken. Dikke boe-hoe voor Murphy, jawel.

(ondertussen kwam Tom langs, zit er een nieuwe harde schijf in de schootcomputer, deed ik op zaterdagochtend in de rapte de boodschappen en nam het lief de dochter zondagvoormiddag een uurtje over, zodat ik toch aan dat bad toekwam. Ik zit bijna weer op schema. Maar daarnet kreeg ik een blue screen en een paniekaanval. U mag medelijden hebben, ja.)

5 thoughts on “Hoe alles toch nog goedkwam. Denk ik.

  1. Het is toch godvù^µ^$^µù^$^ùmme ook altijd hetzelfde met die pc’s! Courage! Hopelijk ben je niets kwijt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *