Beker.

Aan het verkeerslicht aan het park staat al maanden elke dag een meneer met een wat verfrommeld bekertje. Hij is dat ondefinieerbare ergens tussen 20 en 40, dat je altijd ziet bij mensen waarvan je hoopt dat ze niet op straat moeten slapen. Hij stapt moeilijk, heeft krukken en iets aan zijn voeten.

Als het licht rood wordt, dan strompelt hij langs de file, van auto naar auto. Het licht blijft lang rood daar, maar hij kan maximum een auto of drie doen. Hij stapt moeilijk. Hij houdt zijn bekertje aan het raam van je auto en kijkt smekend.

Als het gesprek over zo’n dingen gaat, dan hoor je mensen soms praten over georganiseerde maffia en over hoe bedelen niet gestimuleerd mag worden want dat het dan nooit weggaat. Dat bedelaars het eigenlijk best goed hebben, en gewoon ‘s avonds naar huis gaan, naar een warm bed en een bord eten. Ik zwijg meestal dan, want soms heb ik geen zin om te discussiëren. En misschien hebben ze wel gelijk. Ge kunt dat niet weten.
En toch. Ik kan dat niet geloven. Dat iemand elke dag aan een verkeerslicht zou staan en een beker zou ophouden naar een raam waarachter iemand zijn blik afwendt, als dat niet de laatste optie zou zijn. Mijn hoofd kan daar niet bij.

Dus geef ik het losse geld dat ik in mijn handtas vind. Soms wel drie keer per dag, want ik passeer daar veel, aan die lichten. Hij kent mij, ondertussen. Noemt mij mercichèremadam en glimlacht kapotte tanden.

En ik hoop dat de mensen gelijk hebben. Dat hij naar zijn huis gaat, ‘s avonds. Zijn krukken in de hoek gooit en gewoon kan stappen naar de tafel. En dat daar eten staat te wachten.

13 thoughts on “Beker.

  1. Amai zo schoon van u. Ik twijfel altijd wat ik in zo’n gevallen moet doen en meestal doe ik gewoon niets. En voel ik mij slecht achteraf. Dank u voor deze post, volgende keer weet ik wél wat te doen.

  2. Ik doe dat ook. Ik doe dat voor mijn kinders, omdat ik niet goedkoop wil weg komen met theoretische argumenten, ook al bevatten die waarheid. Ik doe dat ook voor die mensen zelf, of ze nu deel uitmaken van een bende, of het nu om mensenhandel of georganiseerde bedeltoestanden gaat. Voor mijn kinders is dat iemand die geen huis heeft, en honger heeft. En het enige signaal dat ik aan mijn kroost wil geven is dat mensen geholpen moeten worden. Ik kader dat altijd een beetje, om geen superioriteit te kweken bij mijn kinders. En ik blijf keihard hopen dat er structureel werk wordt gemaakt van armoedebestrijding. Dat dat niet meer nodig is, dat mensen strompelen langs de lichten. Zij het uit armoede, zij het uit dwang.

  3. Ik passeer op weg naar het werk ook elke dag een aantal bedelaars.Een meneer die zijn netwerk heeft en onderhouden wordt door de pendelaars. De vrouwen met kinderen die dit op een zeer georganiseerde manier doen en met een beurtrol. Ik heb nooit geld in mijn zakken of makkelijk bereikbaar en stap met de massa mee, met een schuldgevoel. Toen ik deze week een vrouw voorbijliep en een 10-tal meter later besefte dat de baby in haar armen een maand oud was, heb ik mij ook zitten afvragen waarom ik niet gewoon elke dag die 5 euro die ik uitgeef aan zinloze dingen (drankje uit de automaat, tijdschrift in de trein, het extra dessertje op restaurant,…) aan die mensen geef. En hoe goed mijn kinderen (en bijna alle kinderen die ik ken) het hebben. Maar ook dat het toch heel erg is dat we op zo’n rijke plek leven en dat mensen zich moeten vernederen door met een bekertje op straat te zitten. Dus eigenlijk wil ik gewoon liever dat bedrag betalen als belastingen en daar een deftig armoedebeleid (en migratie en emancipatiebeleid) mee voeren. Dus of ik het de volgende keer dan effectief zal doen? Ik vrees dat ik alweer zal beseffen dat ik geen klein geld bereikbaar heb, dat ik teveel twijfel over of ik bedelen als een oplossing zie en dan met schuldgevoel zal verderlopen.

  4. Ik doe het vaak ook, iets geven, maar altijd met dezelfde bedenking: gaan de mensen in de auto’s achter me nu niet denken dat ik een naïeve trien ben. maar eigenlijk zou dat er niet mogen toe doen. Dan ben ik maar een naïeve trien.

    1. een naïeve trien met een goed hart – wat is nu het belangrijkste? wat jij vindt of wat ZIJ vinden?

  5. Dit artikel opende even mn ogen. Af en toe geef ik wat kleingeld, een schamele €0,20 , maar meestal kijk ik de andere kant op… Zonde. Zoals de dame hierboven, wil ik het goede voorbeeld geven tov mijn kinderen. De volgende keer denk ik hieraan en geef ik hem iets :). Geld, eten of een fles water, …

  6. Ik denk en hoop dus justekes hetzelfde als gij….ik heb hetzelfde gevoel als ik ergens, vaak in het buitenland, propere, gezonde, nette , maar oude mannen zie zitten….dan denk ik aan mijn eigen vader….dat die zou moeten gaan bedelen voor zijn pensioen….brrrr…..

  7. Ik kom ze elke keer tegen, in het station in Gent, in het station in Brussel. Aan Centraal zit een meneer met een kandelaar en hij zegt tegen iedereen: Bonjour madame, bonjour monsieur, bonne journée. Wat verder staat een vrouw, haar vaste plek is de achterkant van het hotel. Aan noordstation staat een vrouw boven aan de trap met een bekertje, ze heeft een sjaal op het hoofd en beneden aan de trap zit een man met een baard en een deken over zijn knieën. Soms kijkt hij wat kwaad als er iemand nieuw bij komt staan. Aan de voorkant staat een bandje muziek te maken. In Gent is er de gast met lang zwart haar en combats, altijd haalt hij het excuus van zijn trein boven en de laatste keer zei ik dat hij me dat de vorige keer ook had gezegd en gaf hem twee euro. Er is ook nog de andere jonge gast die er soms proper gewassen uitziet waardoor ik hoop dat het in orde komt en een andere keer dan weer in zichzelf zit te praten, waardoor ik het ook niet zo goed meer weet. Soms loop ik door, maar vaak geef ik iets, gewoon ad random omdat iemand me aanspreekt of omdat ik bijna blij ben dat ze er weer zijn, op hun vertrouwde plaats. Dat er niks ergers is gebeurd. En als ze iets zeggen, antwoord ik altijd, zelfs al is het iets banaals. Het lijkt me vreselijk om daar elke dag te moeten staan en van anderen af te hangen van je eten, slaapplaats,…

  8. ik geef geen geld. Waar ik opgroeide was er zo’n georganiseerde bende, waarbij al die bedelaars ‘s avonds hun verzamelde geld moesten afgeven, die hielp je niet met wat munten. Als ik iets bij heb, geef ik wel eten. Die mensen die aant zuid zitten hebben bijna allemaal een bordje met variaties op ‘voor mijn kindjes’, daar kan ik niet goed tegen. Dus geef ik die banaan voor straks. Dat fruitzakje dat als reserve in mijn fietstas zit voor als de kindjes het moeilijk krijgen. Dat doosje rozijntjes… en voel me slecht als mijn handtas leeg is.
    Merci voor de herinnering trouwens, ‘t is alweer veel te lang geleden dat ik een belegd broodje kocht om weg te geven. Of iemand meepakte om in de resto mee te eten. Ik geef geen geld en ben niet van plan om dat te veranderen, maar ‘t wordt tijd dat ik nog eens een deftig maal weggeef.

  9. Iedere keer als ik van een vergadering of van een cultureel centrum met catering kom, neem ik de overschot broodjes mee en deel ze uit in het station, niet per se aan de bedelaars, ook aan de drugsverslaafden of daklozen die halve liters zitten te hijsen. Weet ik tenminste dat ze gegeten hebben. .. Geld, inderdaad, ook ik geef enkel iets aan muzikanten omdat ik ook met die ingepeperde maffia-gedachte zit, terwijl wat is daar inderdaad van aan?

  10. Jij bent verantwoordelijk voor jouw deel: je geeft. Wat hij er vervolgens mee doet, is zijn verantwoordelijkheid. Ik kan me ook niet voorstellen dat iemand voor de lol bedelt en ‘s avonds schone kleren aantrekt voor hij aan tafel gaat, maar stel dat het nog zo is, dan blijft jouw gebaar van geven zuiver en goed. Dat is wat telt. De rest kan je niet weten of beïnvloeden.

  11. Ik weet het soms echt niet. Ik hoor verschillende dingen… Ik zal nooit geneigd zijn geld te geven, dan ga ik liever een brood kopen en geef ik een brood. Mijn moeder kreeg ooit koffiekoeken terug naar haar hoofd gesmeten, mevrouw met de baby de bedelde moest “l’argent” hebben, ze had nochtans “faim”…

  12. Ik geef elke week iets, meestal maar 2 euro, aan een bedelaar in Brussel-Noord. Ik voel het verschil niet tussen wél of geen 2 euro extra. In het slechtste geval wordt mijn geld niet goed besteed. Maar besteed ik het zelf altijd goed? Neen, uiteraard niet, ik koop nu en dan iets wat ik kan missen. In het beste geval is er iemand blij mee.

    Als ik het zo lees, moet ik overwegen elke dag iets te geven in plaats van elke week.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *