Tag Archives: nieuwsbrief

Newsletter – maand 8

Lieve Mira

Ik hou ervan dat alles aan jou zo symmetrisch is. Symmetrie is namelijk een neurotisch kantje van me, het geeft me rust. Jij bent perfect symmetrisch: je gezichtje, je ogen, en nu ook hoe je kruipt. Niks één been meeslepen, niks poepschuiven: gewoon mooi recht op knieën, linkerhand, rechterbeen, rechterhand, linkerbeen. Perfectie en tot in detail afgewerkt. Doelgericht en vreselijk snel ook. Je kruipt zoals de voorbeeldkindjes in de boekjes. Ik vind dat bijzonder stoer van jou.

De zon vierde vandaag jouw achtste vermaand-dag, met vrolijk gejubel. Een beetje zoals wij de laatste weken elke dag jouw aanwezigheid vieren. Want er is veel om vrolijk om te zijn, lief kind. Je hebt een korte periode van extreme frustratie achter je gelaten en bent nu officieel een mobiel kindje. Ik noemde je in een vorige brief al een kleine ontdekker, maar toen was peanuts in vergelijking met de laatste weken. Alles, maar dan ook alles, is interessant. En het allerinteressants zijn dingen die eigenlijk geen speelgoed zijn. Laptopladers. Kranten. Afwasmachines. Veters. Als het niet kleurrijk is, niet kindveilig en niet verkocht wordt in de dreamland, ben jij fan. We houden je nauwlettend in de gaten, maar laten je voor de rest vooral begaan. Dat zorgt voor de nodige valpartijen en huilbuien, maar je leert wel aan schrikbarend tempo nieuwe dingen.

Vorige week bijvoorbeeld, toen was rechtstaan je nieuwe ding. Jammer genoeg had je het neerzitten nog niet onder de knie en weigeren wij over het algemeen je weer neer te zetten als je je recht hebt getrokken. Dus gilde je, pruillip inclusief, tot je merkte dat dergelijk gedrag niets opleverde en liet je je vallen. Elke keer met je achterhoofd keihard op de parketvloer. Wij deden dan een kleine troostronde en dan begon het spelletje gewoon opnieuw. Tot opeens, deze week, je doorhad hoe je je lichaam moet plooien als je je laat vallen, zodat je niet meer op je hoofd belandt. En gisteren boog je zelfs door je knietjes en ging gewoon weer zitten.
Next up: het stapje van de keuken naar het terras nemen zonder je gezicht te gebruiken.

Er is veel om vrolijk over te zijn: je eet goed, tegenwoordig. Fruitpap en groentenpap en ook al een korstje brood, soms. Of een koek, of een stuk fruit. Je drinkt uit een beker en dat is bijzonder schattig om te zien. Het belangrijkste is echter dat je nu ook wil eten als je niet thuis bent. Op bezoek laat je je gewillig voederen. Zo zonder protest dat ik bijna de hysterie van een paar maand geleden in dergelijke situaties zou vergeten. Let wel: bijna. Er zal nog wat Olvarit versluisd moeten worden voor alles vergeven is, kind.
Dat op bezoek gaan, gaat tegenwoordig ook uitstekend. We kunnen je nu op de vloer zetten, strooien wat speelgoed om je heen, en je speelt gewoon alsof je thuis bent. Fijn is dat. Net zoals het fijn is dat je nu ook weer bij mensen op de arm wilt die niet je ouders zijn. Want we laten anderen ook al graag eens genieten van je schattigheid.

Verder gil en tater je de dag weg. Voor het eerst ook duidelijk in respons. Als ik bababa doe, dan doe je bababa terug. Als ik gil, gil je terug. Ik geef toe: er zijn constructiever dingen dan tegen uw baby zitten gillen, maar het is zo verdomde schattig dat ik gewoon verderdoe.

Nog vrolijkheid? Je slaapt door, lieverd. Vorige maand durfde ik het nog niet te zeggen, omdat één nacht op twee niet echt doorslapen is, maar nu is het echt zo ver: je gaat iedere avond om half negen naar bed, en wordt pas weer wakker rond zes uur. Soms zeven uur. Soms, zoals deze ochtend: half acht. En ik verzeker je, lieve schat, na 6,5 (zes.en.een.half.) maand nachtvoedingen is dit het mooiste geschenk dat je me kon geven. En wat ben ik achteraf trots en blij dat ik je dat helemaal op je eigen tempo heb laten doen, hoe erg ik ook gevloekt heb, nacht na nacht na nacht. En om helemaal eerlijk te zijn: je was er net voor de deadline, want in mijn agenda stond deze paasvakantie gemarkeerd als “Mira misschien eens laten schreien ‘s nachts als ze wil opstaan”. Ik ben blij dat ik het niet heb moeten doen, want mijn hart breekt bij de gedachte alleen al.

Is er ook slecht nieuws, moeder?, hoor ik je vragen. Jawel, meiske. Je krijgt twee gigantische tanden bij op dit moment (vooraan, bovenaan) en dat zorgt voor een bij momenten zeurderige baby. Je hoest ook weer, dus we puffen weer en gaan naar de kine. Je bent nog steeds koppig en niet zo dol op slapen overdag. Maar al die dingen vallen in het niets als je je armen naar me uitstrekt en luid schatert als je me ziet. All is good. En ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ben helemaal klaar voor een lange zomer met jou.

zoen

je mama

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5
Maand 6Maand 7

Newsletter – maand 7.

(een dag te laat, wegens gisteren in zetel in slaap gevallen)

Lieve Mira

Je slaapt terwijl ik dit schrijf, boven in je bedje. Ik ben zo blij dat je daar bent: ik kan gewoon de trap opgaan en naar je slapende gezichtje kijken, als ik dat zou willen. Ik kan mijn hand op je haren leggen en ze zacht strelen. Ik kan muisstil naast je bed staan en luisteren naar hoe je ademt. Je bent maar een paar treden van me weg en dat is zo’n fijn idee.

Het valt me nu nog meer op hoe ik je nabijheid nodig heb om m’n onrustig hart te kalmeren, want dit weekend was je uit logeren, bij je grootouders. Je bent daar verwend, bepamperd, overladen met aandacht en hebt de hele dag gespeeld. Dat is zo leuk voor je en je doet dat graag. Maar ik heb je iedere minuut gemist. Zaterdagnacht waren we heel laat thuis, en je papa moest heel vroeg alweer vertrekken. Ik had afgesproken je ergens rond de middag op te halen, dus ik kon gemakkelijk nog een paar uur slapen. Maar ik had het te druk met dat missen van jou om dat te doen.

En dat, mijn lieve dochter, is wat ik volstrekt fout had ingeschat voor je er was. Ik dacht namelijk dat ik je zonder probleem aan de vaardige handen van babysitters zou overdragen als je daar de leeftijd voor had. Je zou misschien protesteren, maar je zou het ook wel leren. Alles zou wennen. Maar ik had er dus absoluut geen rekening mee gehouden dat ik dat misschien gewoon niet echt zou willen. Want hoe vermoeiend dat actieve en intense leven met jou ook is, ik tel de minuten voor ik jou en al je hevigheid weer mag afhalen. En hoe erg ik ook kan uitkijken naar een avond voor mezelf, na een paar uur verlang ik alweer naar jou. De baby. Mijn baby.

Je bent zeven maand nu en dat is best al groot, eigenlijk. Zo groot zelfs dat het bij momenten pijnlijk duidelijk is: soms heb je me niet echt meer nodig. Je hebt namelijk een piano met dierengeluiden en veel lichtjes, en die is minstens zo boeiend als je moeder. En je hebt boekjes waar je aan kunt frummelen, je hebt een plastiek krokodil waar je lange verhalen tegen kunt vertellen en oh-my-god-hoe-vreselijk-boeiend-is-die-lege-evian-fles-zeg.

Ik sta een beetje aan de zijlijn, te supporteren als je geconcentreerd probeert of je de zetel kunt versleuren. Terugpratend als je me vrolijk iets ingewikkeld probeert uit te leggen en snel ingrijpend als je -alweer- wilt proeven of de gazet lekker is vandaag. Je bent een ontdekkingsreiziger geworden, de laatste weken, en je vindt werkelijk alles bijzonder boeiend.
Dat impliceert evenwel ook dat je weigert te slapen in de auto, tijdens wandelingen en in de winkel vanaf nu (al die kleurtjes en bewegende dingen, waarom zou je ook?). En thuis is het helemaal een ramp: je wil spelen, spelen, spelen, tot je zo lastig wordt van de vaak dat je bijna omvalt en dan nog wil je spelen, spelen, spelen. We moeten je bijgevolg een beetje tegen jezelf beschermen en je op tijd eens in bed stoppen, wat je dan geheel verontwaardigd probeert te voorkomen.
Deze middag bijvoorbeeld, is er aan je middagdutje een pantomine van anderhalf uur vooraf gegaan, met hysterisch gekrijs (van jouw kant), gesus (van mij), hysterisch gekrijs (jij weer) en zelfs wat traantjes (wij allebei). Uiteindelijk heb ik gewonnen.
Ik hoop dat je snel door zult krijgen dat ik minstens zo koppig ben als jij. En dat we het deel waarin jij doet alsof in bed gelegd worden gelijkstaat aan zware kindermishandeling binnenkort achter ons kunnen laten. Neem uw balpen en schrijf op: mama is baas. En dat blijft nog wel een poos zo.

Tot slot nog dit: je schattigheid neemt nog steeds elke dag toe. Ik verwacht dat je binnenkort gewoon gaat ontploffen van schattigheid, want er moet toch ergens een grens zijn. Let je een beetje op, daarmee?

De ontdekking van de letter f en de letter s bijvoorbeeld, die waren hilarisch. Vooral omdat je twee dagen enkel woorden met f en s hebt gebrabbeld.
En dat je altijd luid gilt terwijl je probeert vooruit te kruipen. Dat je zo hard kunt lachen dat de buren waarschijnlijk denken dat je gek geworden bent. Dat je je armen naar me uitstrekt als je wilt gepakt worden. Dat je minutenlang hetzelfde voorwerp op tafel kunt laten vallen om te proberen hoe dat klinkt, telkens opnieuw. Dat je nu al zelf banaan eet. Dat je roept naar je vader op de lichtbak. Dat je doelbewust je sokken uittrekt, sneller dan ik het zelf kan, en zo’n honderd keer per dag. Dat je aaikes geeft als we erom vragen.

Het zijn hoogtepunten, lieve dochter. En ik noteer ze hier enkel voor jou, want voor mij is het niet nodig ze op te schrijven: ze staan al in mijn geheugen en mijn hart gegrift. Voor altijd.

zoen

je mama

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5
Maand 6

Newsletter – maand 6

Lieve Mira

wat ben je ziek, schat. Dat is het enige zinnetje waarmee ik deze maand kan samenvatten. Je was namelijk al twee weken verkouden toen ik de vorige nieuwsbrief schreef, en je bent nu nog steeds niet genezen. Acht weken, dat is lang, lieveke. Bijna een derde van je leven buiten mijn buik, om precies te zijn. Het begon met een banale verkoudheid, er kwam er nog één bovenop, het bleef aanslepen, werd erger, beter en dan weer erger. Je nam siroop, je kreeg neusspray, je aerosolde en pufte. Ik goot liters fysiologisch water in je neus, je rook elke ochtend naar eucalyptus — kudoos to the suppositoirs — en ik moest zelfs zalf in je oogjes doen, want ook daar had je een ontsteking te pakken. Je vindt het overigens allemaal even onaangenaam, die medicatie, dus ik heb je veel zien huilen deze maand.
En toen kreeg je een dubbele oorontsteking, helemaal cadeau als extraatje. We probeerden de koorts te drukken met perdolan en junifen, en je krijgt nu ook antibiotica sinds een paar dagen. Je kreeg nog een tand bij, weigerde te eten, sliep slecht en piepte als een oud manneke dat vijftig jaar lang groene michels aan de lopende band heeft gerookt. Dat alles zorgt ervoor dat mijn maand eigenlijk gewoon was: proberen je erbovenop te helpen. Ik hield je vast en wiegde als het weer even niet ging. Deed manisch enthousiast over je groentenpap, maakte flesjes aan de lopende band om je toch wat te laten drinken. We probeerden bekers, lepels, tuitbekers. Ik nam tien keer per dag je temperatuur op, leerde tapoteren om je pijn te verzachten en liep de dokters deur plat. Ik nam je elke dag mee naar de kine, hield met argusogen je gedrag in de gaten en stond nacht na nacht naast je bedje bij elke kuch en elke kreun. Overdag nam ik examens af en dacht de hele dag aan jou. Je vader werkte harder dan ooit tevoren en probeerde te helpen waar het kon, maar het kon niet zo veel. En dus reed ik van hot naar her, troostte en zorgde, wiegde en droogde traantjes. Ik ben zo moe, lieve Mira. En jij bent zo moe van al dat ziek zijn.

Ik heb nieuwe grenzen leren kennen aan mijn emoties. Machteloosheid en wanhoop zoals ik ze nooit eerder heb gevoeld. Ik kijk naar je, terwijl je ligt te slapen en zachtjes zucht omdat dat gemakkelijker is dan gewoon ademen, en het enige dat ik kan doen is hardnekkig mijn tranen verbijten en keihard hopen dat je beter wordt. Ik hang aaneen van de schuldgevoelens, tijdens die nachten naast jouw bedje. Wat als ik langer was thuisgebleven, was je dan gezond gebleven? Wat als ik flinker was geweest en langer borstvoeding had gegeven, was je immuniteit dan beter geweest? Als ik een week eerder naar de kine was gegaan (ik heb het even moeten uitstellen, de examens), was je dan misschien al genezen geweest? Het vreet, mijn lieve kind.

En toch. Het is niet allemaal kommer en kwel. Sinds een dag of wat lijkt het beter te gaan. De koorts is gezakt onder de 38°, je eet weer een beetje. Er is hoop. En wat meer is: je bent –ook tijdens het ziek zijn de hele tijd bijzonder charmant gebleven. Je hebt de kunst onder de knie om met je schattigheid een hele kamer direct voor je te winnen. Gewoon door geconcentreerd en breed lachend een stuk speelgoed op een tafel te slaan. Je hebt een streepje voor natuurlijk, bij de mensen: je bent immers bloedmooi en je blauwe kijkers worden omzoomd door de langste wimpers die ik ooit heb gezien. We worden daar op straat en in de winkel op aangesproken, zelfs. Mensen staan stil, kijken naar je, en gillen verrukt: wat! heeft! ze! lange! wimpers! Vervolgens lach je breed naar hen en dan gillen ze nog verrukter: oh! en! ze! lacht! zo! schoon!
Ik hou mijn hart vast voor de dag dat je ontdekt dat dergelijk gedrag chocolade of koeken kan opleveren. Of dat je je realiseert dat grote mensen eigenlijk werken met een afstandsbediening en dat jouw ogen en lach de knopjes bedienen. You will be a little puppetmaster, ik voel het al komen.

Ons avondritueel heeft ondertussen een vaste vorm gekregen en het moment dat voorafgaat aan het badderen en crèmekes smeren en pyjama’s aandoen is het mooiste moment van de hele dag. Ik neem je op de arm en draag je sesamstraatzingend naar boven. Ik leg je midden op het grote bed en doe de rolluiken naar beneden. En dan gebeurt het allergrappigste dat ik ooit heb gezien. Al sinds je heel klein bent kom ik namelijk altijd even bij jou liggen en spelen en kriebelen we. Een paar maand geleden ben je begonnen met hard te lachen, te schateren als we zo spelen. En sinds een paar weken lig je al heel luid te gillen, lachen en te zwaaien met je armen en benen van zodra ik je neerleg. Pure anticipatie. Als ik naar het bed toekom en alleen nog maar zeg “moh, hier ligt een babieken op mijn bed, ziet da nu” dan begin je zo hard te schateren dat de hele wereld en alle miserie even verdwijnt. Dat moment, Lieve Mira, zo zou het altijd mogen blijven. Op dat moment ben ik perfect gelukkig.

zoen,

je mama.

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5

Newsletter – maand 3.

Lieve Mira

Je bent drie maand vandaag, en in theorie ben je al een jaar oud. Negen maand daarvan in mijn buik, drie maand erbuiten. Ik weet niet waar de dagen naartoe zijn, en tegelijk lijkt het alsof je er al mijn hele leven bent. En eigenlijk is dat wel zo, want een meisje heeft al haar eicellen al bij de geboorte. Ergens in jou zitten mijn kleinkinderen al te wachten, zeg. Ha!

Als ik aan de afgelopen maand denk, moet ik zoeken naar woorden om dit zo proper mogelijk te zeggen. Laat ik het houden op: we’ve been better. Dat zit zo. Vier weken geleden kreeg jij je eerste spuitjes en je was daar behoorlijk door van de kaart. Je had koorts, huilde veel en je sliep opeens heel onrustig. Na een kleine week was het beter, maar twee dagen later werd het winteruur. Opeens was je opnieuw midden in de nacht wakker. Na een kleine week was het beter, maar twee dagen later werd je ziek. Je had koorts, sliep onrustig en wilde elke nacht een paar keer drinken. Na een dikke week was je beter, maar twee dagen later deed je plots een aanval van gulzigheid, waar je nu nog middenin zit. Je slaapt onrustig, en je wordt elke nacht weer een paar keer wakker. Na vier weken gebroken nachten en veel gehuil snak ik naar rust. Veel rust.

Het vreemde aan dat verlangen naar slaap en rust, en van dat gekraakte gevoel dat door mijn hele lijf woedt, is dat ik het elke dag opnieuw een paar keer gewoon vergeet. Als je enthousiast naar me ligt te roepen, bijvoorbeeld. Of als je zodanig trappelt met je voeten als ik tegen je praat dat ik vrees dat je benen los gaan komen en opeens aan de andere kant van de kamer gaan belanden. Of als je giert van het lachen om iets wat ik doe. Ik leef voor die momenten, de laatste dagen. Het is wat me op de been houdt.

Terwijl ik dit schrijf kijk ik naar je. Je staat aan mijn voeten, in je wipper en doet een tukje. Ik beweeg ondertussen mijn been op je wipper te laten –euhm– wippen. Dat heb je graag. Als ik naar je kijk valt het me op hoe gigantisch groot je al bent. Je kan goed groeien, kind, en dat is niet het enige. Je kan goed laten merken wat je graag wilt, je kan goed lachen, je kan goed je hele park rondkruipen, je kan goed rollen en je kan goed enthousiast zijn. Je kan ook heel goed mijn hart een seconde laten stilstaan als je zo hard krijst dat je vergeet te ademen. En je kan nog veel beter dat hart doen overslaan als je me kusjes toewerpt van de andere kant van de living, gewoon om aandacht te trekken.

Soms ben je er even niet, want je gaat nu af en toe uit logeren (twee keer al! twee!). Dat moet zo nu en dan, want ik ben niet zo goed in dat thuiszitten en jij hoort nog niet op café. Dan gaan je vader en ik op stap, zonder jou, en jij gaat naar je grootouders. Maar ik blijk daar zowaar ook niet goed meer in te zijn, in dat zonder jou ergens zijn: ik denk de hele tijd aan je, en als ik thuiskom dan voelt ons huis niet meer als thuis, gewoon omdat jij er niet bent. Ik neem dan een T-shirt van je mee naar bed, voor onder mijn hoofdkussen. En voor tegen mijn neus, als ik in paniek wakkerword van al dat missen.

Hoe je ruikt, dat is hetgeen me het meest kan ontroeren. Als je gegeten hebt, dan zit je altijd rechtop, op mijn schoot. Je rug tegen mijn buik, we wachten dan samen op je boertje. Als je daar zo zit en ik buig mijn hoofd een klein beetje naar voor, dan kan ik mijn neus begraven in je haren. De huid van mijn gezicht tegen jouw zachte hoofd. Dat is het heerlijkste gevoel dat ik ken, en de fijnste geur die ik ooit heb geroken.

Tot slot nog één ding. Je moet kleren aan. Sejieus. Ik had gedacht dat je dat na drie maand ondertussen zou doorhebben dat ik daar echt wel op sta. En dat ik niet ga toegeven. Dus dat hysterisch worden elke keer als ik je een body, trui, jas of godbewaarons een muts probeer aan te doen: het gaat niet helpen en het is verloren energie. Ik ben groter, sterker, ik kan wel al knopjes dichtdoen en mijn eigen haar kammen. Voorlopig doen we het dus zoals ik het wil, en dat is dus met kleertjes aan. Maar nu alvast een belofte: als ik later oud ben, en ik kan zelf mijn jas niet meer aandoen en jij wilt me helpen, dan krijs ik de hele serviceflat bij elkaar. Het is maar dat je’t weet.

dikke zoen,

je mama

Maand 1
Maand 2

Newsletter – maand 1.

*Aren’t we all inspired by Dooce sometimes?*

Lieve Mira

Ik tik dit met één hand, want mijn andere zit aan een arm die in gebruik is. Door jou, om precies te zijn, want je hebt besloten dat die de ideale locatie is voor een tukje. Aangezien je vandaag niet de vrolijke baby bent die je gewoonlijk placht te zijn, laat ik je even liggen en loop liever niet het risico je wakker te maken door je te verplaatsen.
Neen, je bent niet vrolijk vandaag, maar we veronderstellen dat dat komt door het grote feest van gisteren: 160 mensen die je komen bewonderen en koechiekoechie boven je hoofd doen, het zal misschien wat veel geweest zijn voor een meisje van een maand.

Jawel! Een maand! Vandaag precies een maand geleden kreeg ik jou boven mijn gezicht gezwaaid, vers uit mijn buik gesneden. Ik kon je niet vastnemen, want mijn handen waren aan de operatietafel gebonden. Een gemis dat ik echter sindsdien ruimschoots heb goedgemaakt. Soms, als je ligt te slapen, moet ik al mijn wilskracht gebruiken om je met rust te laten en niet een beetje aan je voeten of handen te komen futselen.

Het is me nogal een maand geweest, lieve Mira. De eerste helft heb ik voornamelijk al jankend doorgebracht, met hormonen die me tot wanhoop dreven. Als jij je keel openzette (want dat doen baby’s van jouw leeftijd nu eenmaal), was de normale procedure die eerste weken dat ik gewoon een potje meehuilde.Van vermoeidheid, van onverwerkte emoties of gewoon zomaar.
Nu nog kan ik er niet tegen als je pijn hebt: vorige week lag je naast me te slapen in de zetel en je had duidelijk krampen in je buik. Dat kunnen we namelijk zien aan de pijnlijke gezichten die je maakt en het strekken van je rug en benen. Je sliep door de krampjes heen, gelukkig, maar mijn hart brak toen ik je ongemak zag en dus heb ik maar in jouw plaats een beetje gehuild. Omdat ik niets kon doen om te helpen.
Deze ochtend ook: plots trok je een pruillip — die heb je pas ontdekt –, zette een keel open en je ogen vulden zich met tranen. Je allereerste tranen, kind, dat is alweer een stap naar volwassenheid en functionerende traankanalen. En een aanleiding voor een volgeschoten moedergemoed.

Je allereerste tranen zijn natuurlijk niet de enige mijlpaal: zo lach je sinds vorige week geregeld naar ons. Soms zelfs met een glimlach die je hele gezicht laat oplichten. Wij smelten dan natuurlijk. En roepen hysterisch naar elkaar van moetkeerkomenkijkenmaat (dat is gents voor zie nu toch eens). Die lachjes maken alles wat lastig is aan kleine baby’s weer goed, maar zullen we afspreken dat we die glimlach niet meer doen in het holst van de nacht? En hem niet laten volgen door je we-gaan-spelen-gekraai op dat ongoddelijk uur? Dat zou fijn zijn.
Je vader en ik waren eerder deze week ook onder de indruk dat je nu ook speelgoedjes die boven je hoofd worden gehouden kunt volgen met je ogen. We hadden je bijna ingeschreven in de kangoeroeklas, maar dat is misschien wat voorbarig.

Je vader, dat is die man met de prikkende baard die gezwind en zonder morren overneemt als ik niet meer kan. En die de slappe lach krijgt als je nog maar eens probeert of je met je uitwerpselen tot aan je nek kunt geraken als je maar genoeg in één keer kakt.

Het antwoord is ja, trouwens.

Je papa blijkt ook heel goed in je rustig krijgen als je over je toeren gaat (Hij heeft natuurlijk al vijf jaar op mij geoefend, en jij en ik: we hebbben dezelfde genen). Verder denk ik dat hij veel van zichzelf herkent, want ik kan het nu al met zekerheid zeggen: je karakter lijkt als twee druppels op dat van hem. Dat maakt het nog gemakkelijker om je graag te zien natuurlijk, en ik heb het vooruitzicht dat ik je binnen een paar maand gewoon voor de televisie kan neerplanten als ik eens een uur of zes voor mezelf nodig heb.
Maar alleszins: hij zorgt goed voor ons, en ge moogt dat niet vergeten. Ook niet als hij binnen zestien jaar de jongens aan onze voordeur wegstuurt en u zegt dat ge een ander kleedsken moet aandoen en die schmink van uw gezicht moet vegen voor ge buitengaat.

De voorbije maand is een beetje ingrijpend geweest voor ons allemaal, en het valt me op dat de vierde week zoveel leuker was dan de eerste. En dat elke dag een beetje plezanter is, omdat we jou steeds meer leren kennen. Ik kan nauwelijks wachten om aan maand twee te beginnen.

dikke zoenen

je mama.