vriendjes

Het gaat slecht. Verder gaat het goed.

Momenteel babysit ik op Mauro. Tien maand oud, een beetje ziekjes maar voor de rest een bijzonder gemakkelijk kind. Dat doet niet liever dan met lepels in potjes roeren, rechstaan aan de salontafel, aan de zijkant van de sofa sabbelen en op mijn toetsenbord prutsen. We zitten naast elkaar in de zetel en het is best gezellig.

Ondertussen is het boven iets minder, heb ik de indruk. De papa van voorgenoemde baby en mijn MacGyver-lief steken momenteel immers een trap in elkaar. Ge kent dat wel: ge vraagt een offerte aan een schrijnwerker en een nieuwe trap is pokkeduur, zo blijkt. Een paar weken later loopt ge in de brico en daar hebben ze dat zelfbouwpakketsgewijs, trappen. Een doos met treden, een doos met tegentreden en we kunnen beginnen. MacGyver besluit dat het zo moeilijk niet kan zijn, na al die jaren ikea-kasten, en hopla: de nieuwe trap wordt besteld.

En dan begint het samensteken. En dat blijkt moeilijker dan gedacht. Bovendien zit het allemaal niet zo mee: de zaag van de wipzaag bleek versleten, de waterpas is zoek, de nieuwe waterpas kon enkel cash betaald worden en hij had geen geld mee. Enzovoort enzoverder.

U begrijpt dat MacGyver niet zo opgezet was met het verloop van de middag en ietwat kregelig begon te worden Toen hij daarnet in de keuken de doos van de nieuwe waterpas opendeed hoorde ik hem bovendien roepen: “[insert vloek], het is nen Italiaansen”. Waarop ik: “Oh neen, is dat verkeerd?” en vriend J.:“Het is niet mogelijk, nen Italiaansen, verdomme toch”. Ik was al helemaal zenuwachtig aan het worden, want blijkbaar moest hij terug naar de winkel en ik wist dat zulks zijn humeur niet goed ging doen. Tot hij grijnzend uit de keuken kwam. Dezelfde grijns als vriend J. overigens.

En als u denkt dat het met één april te maken heeft bent u verkeerd. Bij ons is’t alle dagen één april.