En al

Discipline en voetbal.

Het leven is discipline, momenteel. Discipline staat mij niet goed, het voelt als een jeansbroek die mij een half maatje te klein is (en ik weet hoe dat voelt, van die jeansbroek, want mijn buik is nog steeds niet naar pré-miraformaat teruggefloept. Zonde, zonde, en ik zou er iets aan moeten doen. Rondjes lopen rond de watersportbaan, bijvoorbeeld, met klijn, ik heb zelfs al schoenen geleend bij Gudrun, maar het is zo koud en donker en nat tegenwoordig. En ik ben zo moe, zo moe, zo moe.)
Maar discipline dus. Mijn lessenrooster is keihard dit semester. Als ze er allemaal zijn (en dat is vooral in de oktobermaand het geval, daarna is er al eens een groepje op stage), dan geef ik 32 uur les. Elk lesuur kost mij — dat is al jaren zo, ik heb opgegeven te beweren dat ik binnen een paar jaar minder werk ga hebben — ongeveer 1,5 tot 2 uur voorbereiding. Dat is veel werken, zeker voor iemand die in het onderwijs staat en voor wie het leven eigenlijk één lange vakantie is.

Maar ik trek het momenteel dus enkel met een bijzonder strak schema. Ik zit elke dag voor 23h in mijn bed, sta elke dag om half zeven op en in mijn wakkere uren zijn verdeeld tussen lesgeven, voor Mira zorgen, zorgen dat het huis geen absolute varkensstal wordt (de definiëring daarvan wordt overigens constant bijgesteld) en voorbereiden. En het voetbal. U leest het goed: met de huidige drukte is een uitstapje naar het Ottenstadion zowat de enige luxe die ik mij nog permitteer. Omdat dat dus pure ontspanning is: adrenaline, sfeer, groepsgevoel en geen enkele mogelijkheid om met andere dingen bezig te zijn dan de match. In de frisse buitenlucht dan nog. Echt waar, u moet het ook eens proberen. Als u van voetbal houdt, natuurlijk.

(Of als u daar ook altijd zit, laat eens iets weten in de commentaren. Dan zwaai ik eens, de volgende keer.)