En al

i. is niks zonder technologie.

Hij haalde zijn smartphone boven, tikte Lozer in en toonde me hoe ik moest rijden. Ik zag hem zowat met zijn ogen rollen, want wie begeeft zich in deze moderne tijden nog in the middle of the freakin hol van pluto zonder gsm of gps? Ik dus.
Ik bedankte hem wat verontschuldigend, en moffelde mijn uitgeprint googlemaps-blaadje weg (een welgemeende, trouwens, aan uitgeprinte wegbeschrijvingen. Eén verkeerde afslag en ge zijt keihard gejost), terwijl de dochter op de achterbank “woooow, mama, koetjes” kirde, en de regen met bakken naar beneden gutste.

Ik dus. Maar niet vrijwillig. Neen, het is allemaal de schuld van mijn lief, die ‘s ochtends in zijn haast ook mijn gsm in zijn tas had gepleurd alvorens naar de studio te vertrekken. Met de auto met in de handschoenkast de gps.
Volledig afgesneden van de wereld, bijgevolg, net op de dag dat de dochter en ik op babybezoek zouden gaan bij David en Mayonaise (Mira kan Marjolein niet uitspreken), en hun Otis. Die dus tussen koeien en konijnen wonen, in de boerenbuiten der boerenbuitens.

Gevloekt maat, ik moet het u niet zeggen. En in het terugkeren nog eens verloren gereden, ondanks de duidelijke instructies van David. Zucht.

(Wel een schoon babyke. Dat wel.)