Ja! kinderspam

Maar weet je.

‘s Ochtends als ze wakkerwordt begint het kwebbelen. Meestal heb ik nog mijn opperste concentratie nodig om mijn lichaam te bevelen dat tweede oog ook open te doen en tot stappen te bewegen. Rechtervoet voor linkervoet, i., Rechtervoet voor linkervoet. Ondertussen kwekt ze de oren van mijn slapend hoofd. Maar weet je, mama, ik heb lekker geslapen en heb jij eigenlijk lekker geslapen en is papa thuis en is het mooi weer al en is de dag al begonnen. Gaan we naar een filmpje van Niels Hogerson kijken, van de vos Smirre. En waarom heb jij een korte broek aan? Is dat jouw pyjama? blah blah en kwekkwekwek…
De hele dag door praat ze. In zichzelf, maar meer nog tegen ons. Alles is een vraag. De helft van de zinnen begint met Maar weet je, mama
Maar weet je mama, wat zit daar eigenlijk allemaal in, in die saus? Tomaten? En wat nog? Ajuin? Wat nog? Kruiden? Welke kruiden?

Ik vind het heerlijk, zo’n peuterkleuter in huis, en we lachen ons hier allemaal een breuk met haar komieke vertelsels. Maar ‘s avonds, als ze gaat slapen, dan gaat er hier het eerste half uur geen tv aan, en geen muziek. Dan is er alleen stilte. Geen vragen, geen verhalen, geen gezang. Oorverdovende zalig rustige stilte.

(En neen, ik weet niet van wie ze dat heeft, dat tetteren. Wij zijn allebei zo’n stille, bedeesde mensen.)