En al

En al

Een wijf? Moi?

Na een halve dag op bottinen roepen mijn voeten “hoera” als ik mijn hakschoenen aandoe.

Er is veel veranderd, sinds mijn chirojaren, zoveel is duidelijk.

En al

De leuke dag die er bijna geen meer was.

Asperges met een zachtgekookt eitje, aan huis geleverde croissants (dankuwel Lien), een douche, naar de stadstocht met de lopende blogger en de nietlopende bloggers en fotografen, van daaruit met vriendin toet door de stad, een late brunch, een bezoekje aan het nieuwe huis (alwaar mijn fantastisch lief traplopers aan het uitbreken was), de aansluiting van B. en baby Lisa, en dan op weg naar de binnenstad voor aperitief op het Pakhuis-terras…het was allemaal ontspannen en vrolijk, vandaag.

Tot ge dan in de Lange Munt loopt en er vlak naast u een vrouw op de grond valt. En dat die stuipen krijgt en haar man haar probeert in bedwang te houden. En dat die vrouw blauw wordt en het bewustzijn verliest. En dat er gezegd wordt dat er geen pols meer is. Als ge u met de beste wil van de wereld niks meer weet te herinneren van de talrijke CPR-lessen die ge hebt gevolgd vroeger. En als ge dan langs de terrassen op de vrijdagsmarkt loopt roepend om een dokter of een verpleegkundige en in uw hoofd zit maar één zin: als er nu niks gedaan wordt, dan gaat die dood.

Dan is dat precies allemaal minder ontspannen opeens.

Een meisje dat passeerde herinnerde zich -thank god- wel nog haar EHBO-cursus en heeft de vrouw weer bijgebracht. Toen de ambulance er 25 (!) minuten later was, kon de mevrouw al opnieuw een beetje spreken. Dus het zal wel goed komen allemaal. En ik ga deze zomer op EHBO-opfrissing.

En al

Bijna een heldin.

‘uffrouw Renneboog zou langskomen, zo stond in de sms. En ze zou er binnen een kwartier zijn.

Het moet in het uur tussen hond en wolf geweest zijn. Ik was –met mevrouw Carla Bruni op de achtergrond– een verhaal aan het schaven, een bezigheid die mijn aandacht zodanig placht op te slorpen dat ik tijd en wereld durf te vergeten. Het was me dan ook niet opgevallen dat ze er nog niet was, tot de walki-talki meer dan een half uur later mijn peinzen verstoorde met luid gerinkel. Voorgenoemde juffrouw aan de lijn, en wel met de lakonieke mededeling dat ze nog zeker een uur zou wegblijven omdat ze een accident had gehad op de dampoort.

Zoals het een rechtgeaard pessimist betaamt, sloeg de schrik me even om het hart, maar ik realiseerde me al snel dat het zo erg niet kon wezen, als ze nog in staat was toetsen in te drukken om mijn telefoonnummer te vormen. De bloedende Joke die EHBO-assistentie nodig had ruimde in mijn hoofd plaats voor eenzame Joke die assistentie en morele bijstand van doen had.

Vier minuten fietsen later was ik ter plaatse, in een café waar de groezeligheid in schril contrast staat met de naam van het etablissement. Ik ben een weinig devoot mens en heb geen notie van religieuze concepten omtrent hiernamaalsen van divers pluimage, maar dit is alleszins niet hoe mijn zevende hemel eruit ziet, dat kan ik u wel verzekeren.

Joke vertelde dat de onverlaat die tegen haar auto was gebotst, daarbij bruutweg haar voorrang negerend, was doorgereden. Maar dat het niet zo erg was, want dat ze zijn plak had.
En inderdaad: zijn nummerplaat lag voor haar op tafel. Vluchtmisdrijf 1.01: zorg dat uw platen stevig vastzitten.

Na nog een koffie voor haar en een spa bruis voor mezelve, overtuigde ik het ietwat aangeslagen meiske ervan nog eens terug te bellen naar de (een uur eerder verwittigde) politie met de vraag wanneer de heren dachten langs te komen. Ik zag mezelf niet meteen mijn hele avond gezellig spenderen in een keet waar een bordje achter de toog hangt “De poefpiet komt hier niet”, weetwel. Bovendien is mijn vertrouwen in uniformdragers al niet zo groot sinds een zeker incident op een Gentse Feesten toen wij allen nog jong en onbesproken waren. Aaah. Memories.

Joke belde dus noodnummer 101. Alwaar niet werd opgenomen. Voor u visioenen krijgt over niet-beantwoorde noodoproepen terwijl u oog in oog staat met een gewapende boef die uw kinderen van hun onschuld wil beroven: vrees niet. Ze hebben teruggebeld.

Terwijl we de verzekering kregen dat een team kloeke ordehandhavers op dat eigenste ogenblik onderweg was, kwam de hele zaak in een stroomversnelling. De uitbater keek naar buiten en sprak: “Dedie zijn heulzekers da plak aan ‘t zoeken”, daarbij wijzend naar een koppel dat ofwel inderdaad een slecht geweten had, ofwel de weg zocht naar het dampoortstation.
Heldhaftig zette ik de achtervolging in, mijn sony ericsson met 3.2 pixelcamera in de aanslag. Mijn leeuwenmoed liep echter tegen praktische problemen aan: tegen dat ik mijn vest had aangetrokken en mijn sjakosh had gepakt en mijn haar had goedgelegd, waren de criminelen al verdwenen. Rechtsomkeer dus, waar ondertussen Joke al verhoord en gecharmeerd werd door een behoorlijk smakelijke arm der wet.

En zo werd het toch nog gezellig.

En al Ja!

Dertig.

Morgen zijn lief en ik dertig maand tesaam. Ik heb vandaag twee bijzonder leuke cadeautjes gekregen daarom:

– de homarus-box waar ik al drie maand over loop te kwijlen.
– een telefoontje dat alles in orde is voor het huis.

Feest, feest, feest!

En al

Woordspelingen. Tsk.

Vandaag, tijdens de studiedag waaraan ik participeerde en ik een minister veel dingen heb horen verkondigen waar ik nog eens over moet nadenken als ik minder hoofdpijn heb dan vandaag, ben ik heel luid in de lach geschoten omdat één van de sprekers zei: “De voorbeelden zijn legio”.

Ik moest terstond denken aan een lol van de grappige Tim Foncke

De voorbeelden zijn legio. Weet ge wat dat is, legio? Dat is een variant van playmiobiel

Vree professioneel van mij, inderdaad.