En al

Publish.

*haalt diep adem en slaat nog een kop koffie achterover*

Na een onrustige nacht (fuckin hell, mijn rug doet zeer. maar ik ga er niet over zagen want het is nietske in vergelijking met hem) toch uit mijn bed gerold, voor wat opnieuw een drukke vrije dag belooft te worden.

First up: les geven over publisher aan mijn collega’s-vrijwilligers en beroepskrachten van het meisjeshuis. Deze week de beginners, volgende week de gevorderden. Spannend is dat, want tot gister had ik nog nooit met publisher gewerkt.
Daarna: naar de mama en de papa en boodschappen doen voor vanavond.

En eigenlijk zou ik nog een nieuwe jeansbroek willen en onder de zonnebank moeten voor mijn tanende energiepijlpeil.

En vanavond gaan we naar antwerpen voor dinner en drinks.

*drukt publish en holt de deur uit*

mediagedoe

Zweepslag.

WTF?
Zitten lief te zappen en hoor ik plots

“Het huishoudbudget van deze week hangt af van het aantal striemen van zweepslagen dat na 24 uur nog steeds zichtbaar is.”

Denk ik: “Oh,wijs. Het is een parodie op Big Brother.”
Maar neen hoor: het is gewoon de echte Big Brother.
Zieke mensen, zeg ik u.

En al moeilijk

Huizeke spelen.

Ik tik dit stukje op de computer van schoonbroer B.
Hij en V., de zus van lief, zijn naar Alex Agnew kijken in de Capitole.
We hebben Staf net in zijn bed gestopt, na een verhaaltje over rupsen, appels en appelsienen. De kleine slaapt, we kijken televisie (volume laag, dat spreekt voor zich) en ondertussen werk ik een beetje voor een vorming die ik morgen ga geven. Alles peis en vree.

En daarvan krijg ik dus plots heel veel zin in een zwaar feestje in de charlatan, met veel bier, goeie muziek en dansen tot het buiten al klaar is. En dan koeken halen aan de ruit bij Baele.

Klaar om volwassen te worden? I think not.

moeilijk

Dinges op mijn oren.

Meneer Dekeyser (ofte meneer citylab, ofte één van Gentblogt’s fotomeneren) en ikzelve zijn deze middag samen op stap geweest. en hij heeft een schone foto van mij genomen, zowaar.
Dat is schier onmogelijk, mooie foto’s nemen van mij. Hans het het voordeel dat hij enkel mijn rug diende te fotograferen, maar toch.

Als u wilt weten wat die dinges op mijn oren deden: hierzo.

En al

Waar was ik…

Een stokje gekregen van Michel, dus hier gaan we weer. En ik gooi het daarna naar Lien, naar Lief en naar Vinnie (dat laatste om het eens weg te gooien van de usual suspects….) Vangen, kindertjes!

Waar was ik…

Een jaar geleden?
Ik woonde toen nog op mijn appartement, aan de voet van de Sint-Baafskathedraal en officieel alleen. Lief bracht het grootste deel van zijn vrije tijd daar ook door, wegens verkrotting van zijn eigen huis.
Lief en ik hadden een kleine maand eerder -na ettelijke glazen bier en om half zes ‘s morgens- ietwat overmoedig besloten om te gaan samenhokken. Ook in nuchtere toestand vonden we dat nog een goed idee, maar de plannen waren een beetje op lange baan geschoven uit realiteitszin.
Op werkgebied begon ik ongeveer mijn draai te vinden in mijn nieuwe job en dat was een fijn gevoel.Gentblogt bestond twee maanden en dat zorgde er dan weer voor dat ik zwaar overwerkt was: ik schreef toen iedere dag een stukje en zaagde bekende Gentenaren de oren van het hoofd om stukjes te schrijven.
Verder was er ook veel gemis, in die tijd: Los Gringos waren toen 3 maand weg en dat begon te knagen, vriendin B. was een man gevolgd naar het verre Genk…op vriendschapsgebied was het even zoeken op dat moment.
Op de lichtbak liep Tempation Island, en blijkbaar ergerde ik me daar toen ook aan. Er zijn nog zekerheden.

Vijf jaar geleden?

Ik woonde toen nog thuis bij mama en papa, in het dorp. Ik ging uit in het jeugdhuis en steeds vaker in Gent. Ik had een hond die Sloeber heette en die toen al zestien jaar oud was.
Ik had toen een ander lief dan nu, een brave jongen maar op dat moment boterde het al niet zo goed meer, denk ik. Die zomer is het alleszins uitgeraakt, na drie jaar ofzo.
Ik werkte bijna een jaar op de fabriek en deed dat toen al niet zo graag meer. Maar het verdiende goed en de collega’s waren tof.
Los Gringos waren in Nieuw-Zeeland voor 9 maand en ik miste hen toch wel redelijks. Ik ging vooral om met de mensen van het jeugdhuis.
Ik speelde met het idee om naar de stad te trekken om daar alleen te gaan wonen en de meeste mensen verklaarden me gek.

Tien jaar geleden?

Ik zat in mijn eerste kandidatuur Germaanse in 1996. Ik zat ook en vooral in de Krawietel, alwaar Miel, Lode en Nick mijn muzieksmaak mee hielpen bepalen. We trivial pursuitigen tot we erbij neervielen en ik leerde poolen en flipperen. Ik ontdekte bovendien dat ik een zeer krachtig visueel geheugen heb dankzij het computerspel concentration. Een talentje waar ik later misschien nog iets aan zou hebben.
In april was de blok net niet begonnen en was ik waarschijnlijk druk nota’s en cursussen aan het verzamelen om alsnog iets van het academiejaar te redden.
Het was een fijne bende, toen. Behoorlijk rock ‘n roll allemaal, wat twee maand later ook zou blijken uit onze resultaten. We waren redelijks stoer, wij.

Mijn vriendje was S., in het jeugdhuis E. genoemd om redenen die slechts weinig mensen zich herinneren. S. zat nog in het middelbaar want hij had moeten dubbelen wegens (weeral) niet gestudeerd en hij wilde criminoloog, boer of tuinaanlegger worden als hij groot was.
Ketnet en ik schreven elkaar lange brieven. Los Gringos waren kort uit elkaar geweest en door toedoen van ondergetekende en een groen boekje weer gelukkig samen.
Er werden denk ik ook witte marsen georganiseerd, toen.
En de foor was net weg van het Sint-Pietersplein.