En al

Het is eens iets anders dan een buurtfeest of een speelstraat, nietwaar.

Wij schrijven een brief, met onze blok. Want we krijgen een bouwproject, weet u nog, en we willen graag eens weten wat er nu precies gaat gebeuren. Het stilzwijgen zorgt voor kriebels, iedereen zoekt antwoorden. Dat is evident. Want er wordt verhuisd, opgemeten, gesaneerd en watnogmeer, maar al onze vragen worden met een “we weten nog van niks” beantwoord.

En zo kwam het dat we op een zonnige paasmaandag op onze koer zaten met koffie en kinderen en een hoofd vol plannen. Buurman G. zocht vanalles op en gooide al zijn kennis van zaken in de strijd, buurvrouw E. schreef een aanzet, ik vulde aan. Buurman B. deed fine-tuning, buurvrouw M. vond nog wat spelfouten. Buurvrouw C. belde aan huizen, en iedereen forwarde de brief. En zo kreeg ik opeens mail na mail na mail, van mensen uit het blok die mee willen tekenen. Mensen die ik ken van knikken en hallo, en koffie in hetzelfde koffiehuis, maar die nu mee een brief schrijven.

En zo komt het dat er opeens zoveel gesprekken zijn, zomaar op straat. En dat kinders vragen of ze bij mijn kleine mogen komen spelen. En dat het opnieuw een beetje meer geworden is zoals in dat liedje. Our house, in the middle of our street.

En het enige dat daarvoor nodig was, was een brief.