Newsletter – jaar 1, maand 9.

Lieve Mira

soms word ik ‘s morgens vroeg gewekt door gekrijs. Je strekt je armen uit als ik bij je bed kom, en doet er dan ongeveer 10 minuten over om te beslissen of je knuffels al dan niet meemoeten naar beneden. Na een halve fles melk hou je de fles omgekeerd omdat dat zo’n leuke vlekken maakt op de zetel. Je weigert je boterham, nadat je me eerst drie keer ander beleg hebt laten halen (neen! muizenstrontjes! neen! confituur! neen! choco!). Je gooit de boterham tegen de grond en jengelt dat je een paaseitje wilt.
Als ik je wil aankleden, wring en draai je, zodat je benen en billen onder de inhoud van je ochtendpamper zitten. Als ik je vervolgens wil wassen, dan heb jij ondertussen een tube zonecreme opengewrikt en de inhoud in je haar gewreven. De rest van de dag ben ik vervolgens bezig met damage control: uitmaken of je echt gevallen bent, of gewoon aandacht wilt. Proberen je te overtuigen toch iets te eten. Ik zucht als ik je na drie kwartier nog hoor brabbelen op de babyfoon terwijl je eigenlijk een middagdut hoort te doen. Ik zucht nog dieper als je een klein uur daarna al weer wakker bent en dat gillend duidelijk maakt. Als ik je uiteindelijk, om half negen, in je bed stop en naar beneden ga, dan ben ik doodmoe. Uitgeput, en bezweer ik de goden waar ik niet in geloof de dag van morgen draaglijker te maken.

Lieve Mira. Soms word ik ‘s ochtends gewekt door een vrolijk “mama! mamaaaatje! mira wakker!” en krijg als ik je kamer binnenkom een stralende glimlach en een spontane zoen. Vijf minuten nadat je de fles melk kreeg, zet je ze neer op de tafel met de mededeling “allemaal op!”. Daarna teken je, speel je, blaas je bellen. Je helpt boterhammen smeren, en eet ze zonder protest op. We doen boodschappen, jij blijft lief in de kar zitten en zwaait naar de mensen. ‘s Middags eet je zelf, en knoei je maar een klein beetje, daarna vraag je zelf: “beetje slapen”. Na een middagdut van een paar uur eten we samen fruit, gaan wandelen, spelen en gaan in bad. Als ik je tegen half negen in je bed stop, hoor ik je nog een kwartier zingen en “slaapwel” roepen door de babyfoon, en dan is alles rustig. En ik heb het gevoel dat ik het allemaal best wel goed doe.

De dagen wisselen nogal, inderdaad. De meeste dagen zijn een combinatie van de twee types, en de ene keer helt de balans meer door naar het ene, de andere keer naar het andere. Het leven met een peuter is een leven van uitersten, zover ben ik al nu. Meestal straal je met je hele lichaam en ben je de vrolijkheid zelve. Ik geniet volop van jou, en vind je zo fantastisch dat ik het haast niet onder woorden kan brengen. Maar je kan ontstellend ongelukkig en humeurig zijn, bij momenten zelfs zo deugnietachtig dat andere mensen het stout zouden noemen. Ik ben niet aan stout, dus ik gebruik dat woord niet. Maar tijdens die buien zou ik je aan een haakje aan de muur kunnen hangen, met een plakker op je mond.

Ik doe dat niet, natuurlijk, want dat mag niet en eigenlijk verdien je het ook niet, maar meiske: je kan soms bijzonder vermoeiend zijn. Ik probeer mezelf dan voor te houden dat het voor jou ook allemaal zo gemakkelijk niet is, met al dat groeien en ontwikkelen. En dat het wel weer overgaat. Het gaat ook altijd weer over, gelukkig, en dan krijg ik weer mijn contente, ondernemende, zelfstandige en lieve dochter terug.

Wat me deze maand het meest verwonderd heeft is jouw geheugen. Waarschijnlijk is het er altijd al geweest, maar ik heb het nooit zo erg opgemerkt als de laatste weken. We waren laatst aan het wandelen in de bourgoyen en jij wilde opeens sneeuw maken. Ik vond dat absurd, dat je dat nog wist, want het wegblazen van pluizen (en dus sneeuw maken) daar in de bourgoyen, dat was toch al een maand of twee geleden. Maandag ook: op de badkamer vond je een rammelaar. En je gaf hem aan mij met de woorden “sientje meegebracht naar boven”. Een week voordien het Lien Sien een verse pamper aangedaan bij ons, en toen had ze inderdaad die rammelaar mee genomen. Ik was het al vergeten, jij blijkbaar niet.

Als we iets één keer vertellen of tonen, dan onthou je dat. Dat bomen door hun wortels in de grond drinken en je dus daar moet gieten bijvoorbeeld. Of dat we morgen op de glijbaan gaan, dat weet je de volgende dag bij het opstaan nog steeds. Het is fascinerend gegeven, net als jij dat natuurlijk volledig bent. En ik ben razend benieuwd naar hoe dat allemaal zal evolueren, de komende maanden.

zoen

je mama

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5Maand 6Maand 7Maand 8Maand 9Maand 10Maand 11Jaar 1Jaar 1, maand 1Jaar 1, maand 2 Jaar 1, maand 3Jaar 1, maand 4Jaar 1, maand 5 Jaar 1, maand 6Jaar 1, maand 7Jaar 1, maand 8

3 thoughts on “Newsletter – jaar 1, maand 9.

  1. Inderdaad!
    Ouderschap lijkt blijkbaar overal te balanceren tussen extreem geluk en heel soms doffe ellende… (alleen is vermoeidheid bij ons toch redelijk constant aanwezig)
    Gelukkige vermaandag voor Mira!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *