Month: August 2012

En al

Die keer dat wij op reis gingen.

De afgelopen dagen waren wij eerst hier en dan hier, dus was het oorverdovend stil aan deze kant van het internet. Stiller dan de festivalcamping om kwart na vijf in de ochtend, toen een haan mijn dochter met schrik wakkerkraaide en ik opeens in haar slaaphok lag. Dat was gezellig. Net zoals de hele reis, overigens. Ik heb een heleboel geschreven, maar het is donker op het terras, en het staat in mijn boekje, dus ik kan het nu niet overtikken. Logistieke problemen in de Brugse Poort, waar wij trouwens ook plotsklaps geen appelboom meer hebben door drie verschillende ziektes. Ik dacht al dat die neerdwarrelende rupsen niet veel goeds voorspelden.

Enfin. Veel te vertellen, u hoort het al. Maar eerst moet ik nog naar Kiewit, om te kijken of ik mijn verbrande schouders nog roder kan laten worden. Ik geloof er alvast in!

kinderspam

Moederkespost.

Disclaimer: als ge geen kinderintresses hebt, moet ge niet verderlezen. Als ik op van die mamafora zou komen, ik zou het daar vragen, maar ik heb daar schrik van. Voor ge het weet hebt ge de flikken aan uw deur. True story, ik vertel het u nog wel eens.
Gelukkig heb ik een eigen blog, dus hoef ik mijn vragen niet eens elders op het internet te stellen. Maar het gaat dus over Het Kind en Grote Ouderdilemma’s. Zap gerust weg, heren, jongedames.

In het begin van de vakantie hadden we het ons voorgenomen: we zouden de dochter van het dutten afhelpen. Drie jaar, dan mag dat al eens, schijnt. Ze is op school namelijk liever in de klas dan dat ze moet slapen tussen de middag, en dan zou ze in september gewoon volledige dagen bij de andere kindjes kunnen blijven. En zouden wij misschien een kind hebben dat voor half negen in haar bed gaat. Of, wie weet: langer slaapt dan een uur of 10 na elkaar. *Duimt*

Met goede overmoed en veel ambitie begonnen we eraan. We vertelden haar dat ze vanaf nu mocht kiezen of ze zou slapen overdag. Ik moet u niet vertellen: dag 1, 2 en 3 werden zonder dutje afgehandeld. Mijn dochter kiest altijd voor de optie waar “in uw bedde” niet bij betrokken is. Op dag 3 was er het incident op het strand. En op dag 4 was de mini ziek. Volgens de huisarts was dat stoppen met de middagslaap wel een beïnvloedende factor daarin: door minder slaap gaat de weerstand achteruit, en hopla virale infectie. Enfin, we besloten toch weer verder te middagdutten. Met wisselend succes: soms ligt ze een uur te zeuren voor ze uiteindelijk in slaap valt, en van onze heerlijke routine van vorige zomer (om half één erin, om half drie wakker en nog een hele namiddag voor de boeg) is geen sprake meer: vaak slaapt ze pas tegen twee uur, half drie, en dan is ze wakker om half vijf ofzo en is de dag gepasseerd.

Ze kan het ook wel, zo zonder slaap overdag. Als we een daguitstap doen, trekt ze het probleemloos tot een uur of vier, maar dan valt ze wel als een blok in slaap in de auto op weg naar huis. Gewoon thuis, of deze week in de opvang, kan ze ook al eens overslaan. Vanmiddag geprobeerd, omdat de werkmannen hier lawaai aan het maken waren en ik geen tijd had om haar elders te laten slapen. En dat lukt dus.

Behalve dat ze vanaf een uur of zes compleet onhandelbaar is en daarnet dus keihard door het lint ging omdat ze niet uit bad wilde. We’re talking complete hysterie, tranen, gillen en over haar toeren. Slaan, tieren, rood aangelopen lachwekkend schattige brulboei. Het heeft een half uur geduurd voor ze weer een beetje rustig was. Klein beetje moe, die van ons.

Dus zeg het eens, moeders, wat doe ik daarmee binnen een paar weken: laten slapen op school, tegen haar goesting, maar ‘s avonds wel een fris en vrolijk kind in huis? Of doorbijten en volledige dagen in de klas laten blijven, en dan ‘s avonds het humeurige kind voor lief nemen? Hoe lang duurt dat voor ze dat gewoon zijn? En hoe lang heeft uw kind trouwens middagdutten gedaan?

projecten

Newsletter – net geen drie jaar.

Lieve Mira

Je ligt boven in je bed te slapen, als een blok. Logisch, want toen ik je deze middag om half vier afhaalde in het dagverblijf waren je eerste woorden: Mama! Ik heb niet geslapen vanmiddag! Cool hé!
Je giechelde, en je twee vriendinnetjes waarmee je in de toiletten stond te gibberen, giechelden ook. Ik dacht dat ik van dergelijk gedrag nog een jaar of tien gespaard zou blijven, but there you have it.
Niet slapen is cool, voor een kindje van bijna drie, zo blijkt. En bijna drie ben je. Morgen al.

In onze keuken hangt een kalender die we samen gemaakt hebben: jij, ik en mijn innerlijke kleuterjuf. De hele vakantie staat erop, en elke dag heeft een kleur. Dezelfde als de dagkleuren die ook in jouw kanarienest worden gebruikt. Omdat dat overzichtelijk is voor jou (en voor mij stiekem ook), zo’n schema van die lange chaotische brij die de zomervakantie is. Wanneer je naar de zee gaat, wanneer je bij oma bent, wanneer je thuis blijft. Je verjaardag staat er ook op, en elke ochtend vertel je het: op deze oranje dag is mijn verjaardag. En hier, op die dag met de tent en de kroon is het papa zijn verjaardag. JOE-PIE! Om maar te zeggen: je hebt er zin in.

Ik weet niet precies wanneer peuters plots kleuters worden, maar jij slingert tegenwoordig een beetje heen en weer. Het ene moment ben je een voor rede vatbaar groot meiske. Een meisje dat vriendschappen aanknoopt, zelfstandig is en steeds socialer wordt. Ik heb dat zo graag, maar het volgende moment kan je opeens weer een onredelijke driftkop worden. Neen gillend en om je heen schoppend. Ik vind je dan lastig en enerverend, maar tegelijk ook wel ontzettend grappig. Je kan zo koppig boos zijn en mokken dat ik je wel zou kunnen opeten. Dat, of aan een haakje aan de muur hangen, natuurlijk.

Je bent veel veranderd, de laatste maanden. Naar school gaan heeft je veel deugd gedaan: we zien je zelfstandiger worden met de dag, en je bent nog steeds even onbevreesd. De school ligt je, het leven is nog steeds erg licht in jouw buurt. Ik hoop heel erg dat dat zo blijft. En dat je even zot blijft, want ik hou zielsveel van je schaterlach als je weer eens onnozel staat te dansen of rond te rennen met je vader.

Zot, onbevreesd, koppig, mondig, graag bij de mensen en ontzettend charmant, zo zou ik je omschrijven, momenteel. Als iemand ziek is geweest, dan informeer je de volgende keer als je die ziet “of het al een beetje beter gaat”. Je deelt met gemak als dat het leven aangenamer maakt voor iedereen en lost drama’s in de speeltuin op door huilende kinders een bloem te geven. Of een tak. Of een denappel.
Die charme heeft er ook voor gezorgd dat je deze middag de juffen van het dagverblijf, de mevrouw van de kassa in de GB én de schoonheidsspecialiste hebt uitgenodigd op je verjaardagsfeest. Ze kunnen niet komen jammer genoeg, want er komt al een man of 30. Plus: eigenlijk kennen we die mensen niet zo goed. Ik leg je dat wel eens uit op een later moment.

Voorlopig beslissen wij nog over gastenlijsten, maar ergens in juni nam je wel je allereerste zelfoverwogen en beargumenteerde beslissing.
Op een avond zei je plots: “ik wil geen warm meer eten op school.” Toen ik vroeg waarom antwoordde je “Soms is het een beetje lekker, maar meestal is het erg vies. Ik wil liever boterhammen meenemen. Mag ik dat, mama?” We maakten vervolgens afspraken over dat we niet van de juf moesten horen dat er gezeurd werd over eten, en jij ging akkoord. Sindsdien eet je elke middag gelijk een grote boterhammen op school. Een streep door onze rekening, dat wel: ‘s morgens een kwartier langer werk om de boel klaar te maken, en gedaan met snelle lunches en dagschotels voor je ouders. Vanaf nu kook ik echt elke avond. But hey: als je eet zonder vechten zijn we al lang blij, dus we klagen niet.

En verder kabbelt de zomer verder en ook wel naar zijn eind. Uitstap na uitstap tonen we jou steeds meer van onze wereld, en warmen ons hart aan je enthousiasme. Morgen vieren we feest. Met pannenkoeken als ontbijt, en paardenritjes en zwembadgedoe daarna. En met jou, vooral.

Gelukkige verjaardag, muis.

zoen

je mama.

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5Maand 6Maand 7Maand 8Maand 9Maand 10Maand 11Jaar 1Jaar 1, maand 1Jaar 1, maand 2 Jaar 1, maand 3Jaar 1, maand 4Jaar 1, maand 5 Jaar 1, maand 6Jaar 1, maand 7Jaar 1, maand 8 Jaar 1, maand 9Jaar 1 – maand 10Jaar 1 -maand 112 jaar2 jaar en een kwart2 jaar, bijna 8 maand

En al

De gebuur (3).

Kent ge dat, zo’n onbehaaglijk gevoel alsof iemand u staat aan te kijken, terwijl ge eigenlijk alleen in uw bureau zit te werken? Ik wel. En het was niet alsof: toen ik de donkere novemberavond intuurde, door het raam aan de straatkant, stond hij daar. Grijnzend, met de eeuwige sigaar tussen de lippen, in zijn groezelig onderlijveke. Onderlijveke, ja, want marcellekes zijn enkel voor hippe mensen. Dit is een onderlijveke, en het was november en koud.

Ik weet niet hoe lang hij daar al stond, binnenkijkend in mijn bureau, starend terwijl ik zat te werken, maar toen ik een halve meter hoog opsprong, zwaaide hij, stak zijn duim omhoog en stapte verder, de kille avond in.

Is dat gepast, zomaar bij mensen binnengluren? Neen. Maar uitzonderlijk is het niet voor hem. Hij is een jaar of 40, maar het kan ook 60 zijn. Of 30. De burgemeester van de straat, kent elke auto, weet iedereen wonen en kent namen, ziektes, exen en problemen. Voor uw dagdagelijkse faits divers moet u bij hem zijn. Ook als u graag de pieren uit uw neus laat halen: één adres. Hij zal u te woord staan, in zijn vlekkerige kleren en in plat Gents.

Hij bedoelt het niet slecht, daar kunt u vanop aan. Hij heeft gewoon andere grenzen in privacy als u en ik. Zo was er het incident met de buurjongen, die even zijn appartement binnenging om iets te halen, en 10 minuten later zijn in de haast niet gesloten mini-fiets niet meer terugvond. Een paar uur later stond hij aan de buurjongen-deur. Met de minifiets. Ik zag er hier twee straten verder een paar klein mannen mee spelen, ik heb hem teruggepakt en mij eens ferm kwaad gemaakt. Sloebers, verdoemme.
Dat was leuk, dat de minifiets terugwas.

En wat maakt het uit dat het een groene was, en de gestolen fiets een rode.

En al

De gebuur (2)

We grijnsden naar elkaar, terwijl de mannen witte lijnen op de grond schilderden voor haar huis. Een nieuwe verkeerspaal, een mindervalidenbord en een heel ruim vak, voor haar kleine auto. De buren, stuk voor stuk minder dan half zou oud, grijnsden en dronken nog een tas koffie.

Voor de plaats er kwam, waren er namelijk twee opties: ofwel sprak ze één van ons aan “gaat gij hem nen keer in da kot zetten, madam”, ofwel had er weer iemand een kras bij op zijn carrosserie. Een kras die schouderophalend werd verdragen. Zo’n bejaard menske, wat wilt ge.

“Op leeftijd” is een zwakke uitdrukking voor de buurvrouw. Ik weet niet precies hoe oud ze is: ze is op dat punt waarbij het niet meer op een jaar of vijf aankomt. Door haar gerimpeld gezicht ziet ge altijd gelach, en haar stem verraadt dat ze ooit veel heeft gerookt. Ofwel is ze nog ouder dan ik denk, en is haar stem gewoon versleten.

Elke dag om elf uur stopt er een meneer voor haar deur, die haar naar de nierdialyse brengt. Maar voor de rest trek ik goed mijn plan, jonk. Dat is waar. Ze heeft ons maar af en toe nodig, als dien pruts van den televisietechniek is geweest, en hij heeft al mijn posten verzet. Of we het haar eens konden uitleggen. Zo’n dingen, voor de rest trekt ze goed haar plan.

Ze woont alleen, en kan nauwelijks uit te voeten. Maar ze rijdt dus wel vrolijk haar auto vol deuken. En de blutsen passen tetrisgewijs bij de krassen in onze auto’s.

Erger is het als ze zelf weer eens geblutst is. Gevallen, kind. Ik kom dat ver alle weken ne keer tegen. Dan zegt ze dat het wat zeer doet, maar dat het wel zal overgaan, terwijl ze wijst naar haar blauwpaarse been.

Ik hou mijn hart soms vast, als ik haar kwetsuren zie. Ik hou mijn kind ook vast, en op de stoep, als ik haar hoor aantuffen. De Mini en ik zwaaien dan vrolijk, maar ik denk “Hou uw stuur vast, sejieus”.

Sommige mensen zijn uw straat. Horen bij uw buurt als het voetpad en de boom op de hoek. Toen met het protest tegen het bouwproject vatte ze het zelf samen met een handgeschreven briefje in mijn bus.

Meneer de burgemeester, ik woon hier al meer dan zestig jaar en ik ben akkoord met de brief. Hoogachtend, D.